Interview met Richard Gabriël door so/creatie,hét online magazine over sociaal ondernemen in Nederland

Richard Gabriël – ‘Kijk naar gemeenschappelijke belangen’

Richard Gabriel Tulper

Toen Richard Gabriël begin 2015 Tulper lanceerde, had hij nog nooit gehoord van sociaal ondernemerschap. “Het was gewoon een manier van ondernemen die ik logisch vond. Niet alleen ondernemen voor het geld, maar ook iets betekenen voor de wereld.”  Ruim een jaar later zijn de flessen, blikjes en tassen te koop in zestien Nederlandse winkels. Waarom besloot deze voormalige HR-man om duurzame drinkflessen te gaan produceren? En welke tips heeft hij voor startende sociaal ondernemers?

“Ik was ruim twintig jaar werkzaam in de HR-sector toen ik besloot het roer om te gooien,” vertelt Richard Gabriël. “Een tijd lang runde ik een tassenmerk met mijn toenmalige partner. Toen wij uit elkaar gingen, nam zij het merk over en bleef ik in loondienst.” Maar al snel begon het opnieuw te kriebelen. “Ik wilde weer ondernemen, en dat niet alleen: ik wilde iets betekenen voor de wereld. De term ‘sociaal ondernemen’ kende ik niet eens, maar het was op dat moment gewoon een manier van ondernemen die ik logisch vond.”

“Als hij die troep uit de oceaan haalt, kan ik er wel spullen van maken”

In die periode begon Richard zich ook steeds meer te interesseren voor het milieu. Hij sloot zich aan als vrijwilliger bij de Sea First Foundation. “Daar kwam ik in aanraking met het fenomeen ‘plastic soep’: een drijvende vuilnisbelt in de Stille Oceaan. Toen ik Boyan Slat van The Ocean Cleanup op TV zag, ging er een knop om. Ik besloot: ‘Als hij die troep uit de oceaan haalt, kan ik er wel spullen van maken.’”

Voorkomen is beter dan recyclen

Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. “Het omzetten van plastic soep in consumentenproducten is technologisch gezien een enorme uitdaging. Bovendien biedt het geen uitweg voor het achterliggende probleem: een overschot aan plastic. Organisaties zoals Sea First adviseerden mij dan ook: ‘Als je echt iets wilt doen, moet je preventief te werk gaan. Voorkomen is beter dan recyclen.’”

Eén van de grootste vervuilingsposten vormen wegwerpflesjes. “Duurzame drinkflessen leken me daarom een logisch product. Die hebben een duidelijke link met water en zijn praktisch.”

Het spreekt bijna voor zich: de flessen van Tulper (‘Love water, leave plastic’) worden niet gemaakt van ‘gewoon’ plastic, maar van bio-plastic en RVS. Voor het design werkt Gabriël samen met hogescholen, waarbij hij voorlichting over vervuiling met les over ondernemerschap combineert. “Voor Sea First heb ik ook voorlichting gegeven op scholen, maar dan krijg je al snel reacties zoals ‘Daar heb je weer zo’n geitenwollensok’ en ‘Wat hebben wij daaraan?’. Nu kan ik vertellen over de plastic soep én uitleggen hoe je met een businessmodel een milieuprobleem kunt oplossen. Ik laat ook zien waar je als sociale startup tegenaan loopt, de valkuilen zeg maar.”

Duurzaamheid verkoopt niet

Eén van Richard Gabriël’s eigen valkuilen was zijn optimistische blik op beweegredenen van consumenten. “Ik dacht dat veel consumenten duurzaamheid belangrijk vonden, maar daarin heb ik me lelijk vergist. Duurzaamheid verkoopt niet. De meeste mensen willen een praktisch en mooi design voor een schappelijke prijs. En als het dan ook nog duurzaam is, is dat mooi meegenomen. Het belang van design, dat heb ik in het begin echt onderschat.” Wat zou hij nog meer willen meegeven aan beginnende sociaal ondernemers? “Praat met andere ondernemers in de duurzame sector. Je kunt beter leren van de fouten van anderen.”

Bang voor concurrentie

Dat dit niet altijd makkelijk is, weet Gabriël uit eigen ervaring. “Toen ik net met Tulper begon, heb ik veel duurzame bedrijven benaderd. Gewoon met de vraag van ‘goh, zullen we een keertje koffie drinken?’. Hier werd vaak terughoudend op gereageerd. In de wereld van de niet-duurzame economie is het veel normaler om samen te werken, om een keertje koffie te drinken en te praten over je plannen.”

Best opvallend voor ondernemingen die zichzelf profileren als ‘sociaal’. Gabriel: “Ik denk dat het te maken heeft met twee dingen. Ten eerste zijn er ontzettend veel duurzame startups die allemaal heel enthousiast bouwen aan een eigen project en gewoon te druk bezig zijn met zichzelf om de samenwerking op te zoeken. Ten tweede is het voor ons gewoon moeilijker om geld te verdienen dan voor niet-duurzame ondernemingen. Misschien is de angst voor concurrentie daardoor groter.”

“Je kunt je focussen op de gevaren, maar ik kijk liever naar de gemeenschappelijke belangen”

Maar er zijn toch veel netwerkbijeenkomsten? “En daar ben ik ook vaak te vinden, maar jammer genoeg zijn zulke bijeenkomsten vaak oppervlakkig. Te algemeen. Daarnaast zijn er binnen de duurzame wereld relatief weinig bedrijven die net als ik producten verkopen aan consumenten. Op een bijeenkomst van honderd man zijn dat er misschien drie. Die drie moet je net weten te vinden. En als je ze gevonden hebt, zijn ze dus vaak bang om ideeën uit te wisselen. Dat vind ik jammer. Je kunt je focussen op de gevaren, maar ik kijk liever naar de gemeenschappelijke belangen.”

Shell aan de schandpaal en productie naar Europa

Hoe ziet Richard de toekomst? “Sociaal ondernemen wint wel aan terrein, maar het kan een stuk sneller. Ik vind het belangrijk dat er meer aandacht wordt besteed aan groene initiatieven. Maar ook dat bedrijven die daar geen aandacht voor hebben, zoals Shell, in een negatief daglicht worden gesteld. De pers kan hierbij een belangrijke rol spelen.”

“Wat betreft Tulper wil ik de productie naar Nederland halen. Op dit moment wordt 90 procent van mijn producten in China en Taiwan geproduceerd. Er zijn in Nederland weinig productiebedrijven, zeker als het gaat om de productie van conservenproducten zoals drinkflessen. Hoe het zit met de rest van Europa weet ik niet precies, dat ben ik nog aan het uitzoeken. Mijn doel is om in 2020 minstens 90 procent van alle Tulper-artikelen in Nederland te laten produceren, of anders ten minste in Europa.”

“Daarnaast zou ik graag iets willen doen aan zwerfafval in andere landen. Ik was laatst op vakantie in Sri Lanka. Door de toenemende bevolking en stijgende welvaart neemt de hoeveelheid zwerfafval daar enorm toe. Ik heb meteen wat instanties gemaild om te kijken of er mogelijkheden zijn tot samenwerking. In het buitenland kun je nog veel grotere slagen maken dan in Nederland.”